6 april 2021

Wat als je kindje bijt

Bron: AD.nl, 31 maart 2021

Bijtbedrag van jonge kinderen is geen vreemd of zorgelijk gedrag, stelt orthopedagoog Loes Waanders. ,,Studies laten zien dat een derde van de kinderen onder de drie jaar wel eens wordt gebeten op de crèche of peuterspeelzaal. Bijten past nu eenmaal bij het ontwikkelingsniveau van dreumesen en jonge peuters: ze hebben nog geen zelfbeheersing en oplossingsstrategieën, kunnen zich verbaal nog niet goed uitdrukken. Het is voor de meeste jonge kinderen een manier om hun emoties te tonen.”

Ook voor zichzelf opkomen kan met bijten gepaard gaan, en in sommige gevallen is tandpijn de oorzaak. ,,Maar in de meeste gevallen zit er gewoon een behoefte of gevoel achter. Pakt een kindje iets af of duwt het jouw dreumes, dan is bijten een effectieve manier om te laten weten dat je dat niet leuk vindt”, licht Waanders toe. ,,Kinderen onder de drie bijten niet om jou, hun broertje of zusje of een ander kind moedwillig pijn te doen. Op die leeftijd is empathie ook nog niet ontwikkeld, dus ze snappen niet dat het niet aardig is. Het betekent niet dat je kind een agressieveling is.”

Evengoed is het belangrijk om bijtincidenten tussen je kinderen of bij andere kinderen niet te laten gaan. ,,Als kinderen doorkrijgen dat hun tactiek werkt, hou je het gedrag in stand. Laat verbaal en non-verbaal merken dat bijten echt niet mag: je kunt op een liefdevolle manier heel duidelijk aangeven dat dit een grens is. Dat is niet hetzelfde als soft reageren”, aldus Waanders. ,,Maar ik zeg bewust liefdevol, omdat geldt: hoe heftiger jij reageert, hoe meer aandacht de bijter daarmee krijgt. Je kind zien bijten, helemaal als het bij een ander eigen kind is, maakt emoties bij jezelf los. Wees je daar bewust van.”

Heel duidelijk ‘nee, dat mag niet’, zeggen is ook volgens kinderpsycholoog Klaartje Cuppen een goede reactie. ,,Dat snapt ook een kind van een jaar. Geef daarna woorden aan de emotie van je kind. Bijvoorbeeld: ‘Jij wilde dus niet dat je zusje die auto afpakt, en daarom ging je bijten?’ Zo voelt je kind dat jij de situatie en zijn bedoelingen snapt. Je kunt vervolgens vertellen en laten zien dat het andere kind nu pijn heeft”, zegt zij. ,,En troost het slachtoffer, vertel diegene dat niemand hem pijn mag doen.”

Op die manier werk je toe naar ander gedrag, waarbij het zaak is om deze aanpak steeds te blijven herhalen. Cuppen: ,,Je wilt immers dat je kind leert dat hij vriendelijk is tegen anderen, dat het fijn is om aardig te zijn en dat je anderen geen pijn doet. Van binnenuit dus.” Terugbijten, wat zij en Waanders in de praktijk nog wel eens als beste oplossing horen van ouders, heeft dat effect niet. ,,Je kind leert dan niet meer te bijten omdat hij pijn heeft; omdat jij hem pijn hebt gedaan en hij daar enorm van geschrokken is”, aldus Cuppen.

Terugbijten is een kortetermijnoplossing, vindt ook Waanders. ,,Bovendien: als jij terug bijt, geef je jouw kleintje indirect de boodschap dat iemand fysiek pijn doen dus een normale oplossing is. Wil je als ouder dat signaal afgeven? Aan terugbijten zit geen enkel leereffect”, stelt zij. Beter is het om je kind andere oplossingen te geven als de emoties zo hoog oplopen dat het bijten begint. ,,Zeg bijvoorbeeld dat je ziet dat je kind heel erg boos is, en dat hij de volgende keer dan jou moet roepen. Zeg niet alleen dat bijten niet oké is, maar vertel ook wat je dan liever voor gedrag ziet.” Ook hier geldt volgens de gedragsdeskundige weer: herhalen, herhalen, herhalen. ,,Je zult zien dat het bijten afneemt. Helemaal zodra kinderen beter kunnen praten.”

Is je kind van rond de drie jaar al behoorlijk talig, maar blijft het bijten bestaan? Of krijg je van het kinderdagverblijf keer op keer te horen dat het weer zover was vandaag? Dan kan het volgens Waanders en Cuppen geen kwaad om verder te kijken. Kinderpsycholoog Cuppen: ,,Zeker als het op het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal gebeurt, is het goed om samen met de medewerkers de aanleidingen helder te krijgen. Wanneer gebeurt het? Met welk kind? In welke situatie? Thuis kun je dat natuurlijk ook onderzoeken; vraag er ook naar bij je kind. Ben je echt bezorgd, neem dan altijd contact op met de huisarts of het consultatiebureau voor overleg.”