28 oktober 2019

Opvoedruzies. Erg of niet?

Bron: www.Volkskrant.nl, 28 mei 2019 (Anna van den Breemer)

Hoe erg is het als ouders qua opvoeding van de kinderen niet op één lijn zitten, als je andere opvattingen hebt over opvoeden dan je partner?

De Amerikaanse ontwikkelingspsychologe Diane Baumrind ontdekte dat er grofweg vier opvoedstijlen zijn: autoritair, autoritatief, permissief en verwaarlozend. Westerse pedagogen zijn het erover eens dat een autoritatieve opvoeding, die tussen een autoritaire (‘omdat ik het zeg’) en een permissieve (‘alles mag’) opvoedstijl in zit, het beste is. Deze vaders en moeders stellen duidelijke grenzen die ze onderbouwen met argumenten, maar ze houden tegelijkertijd oog voor de behoeften van het kind.
„Kinderen die ten minste één autoritatieve ouder hebben, doen het beter op school en hebben meer sociale vaardigheden”, zegt Geertjan Overbeek, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Oftewel: is er één ouder met de juiste opvoedskills, dan ben je al een heel eind.

Lange tijd dachten deskundigen dat het schadelijk was voor het kind als ouders van mening verschilden over de regels. Kinderen zouden er onzeker van worden of ouders tegen elkaar uitspelen. „Maar onderzoek laat zien dat, met uitzondering van de extreme gevallen, inconsistentie tussen ouders géén negatieve consequenties heeft voor de kinderen”, zegt Geertjan Overbeek. „Het is dus niet erg als ze van vader een uur tv mogen kijken en van mama twee uur.”
Veel schadelijker is het als de vader of moeder zélf inconsistent is, zegt Overbeek. „Wanneer ik als vader de ene keer poeslief ben en vervolgens ziedend, dan is het moeilijk voor een kind om zich te hechten.”

„De kans dat je qua opvoeding helemaal op één lijn zit, is zeer klein”, zegt hoogleraar Micha de Winter. „Je moet streven naar consistentie, maar je bent nou eenmaal twee verschillende mensen. Dat kun je ook best uitleggen, zo leren ze dat mensen verschillend zijn. De maatstaf is dat het begrijpelijk moet blijven voor kinderen, vindt de Winter. „Als de ene ouder zegt dat Jantje alleen naar school mag lopen en de ander vindt van niet, dan is dat verwarrend.”

„Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de ouders dezelfde opvoedstijl koestert”, zegt Overbeek. Iets wat de kans op zware conflicten uiteraard verkleint. Dat is voor een groot deel te danken aan selectie: je kiest iemand uit die aansluit bij het eigen gedachtegoed. Maar dat niet alleen. Tijdens het opvoeden kijk je de kunst bij elkaar af. Al opvoedende beïnvloed je elkaar dus ook. Een andere factor die bepalend is voor onze opvoednormen is de eigen jeugd. „Dat hoeft niet altijd kopieergedrag te zijn”, zegt Micha de Winter. “Je ziet ook dat ouders het zelf juist helemaal anders willen doen.”

„Opvoeden is een strijdtoneel, met je kinderen, maar ook met je partner”, zegt De Winter. „Het zou mooi zijn als we dat normaler gaan vinden en onderling durven te bespreken.” Dat gebeurt volgens hem nog te weinig. „Vroeger bepaalde de zuil waartoe je behoorde aan welke regels een kind werd onderworpen. De dominee vertelde en de ouders luisterden. Door de individualisering moeten we het allemaal zelf uitzoeken. Als ouders het een keer oneens zijn met elkaar denken ze direct: oh god, dit is fout. Probeer het een beetje uit de relationele sfeer te houden. Laten we het niet te zwaar maken.”