9 oktober 2019

Maken wij watjes van onze kinderen?

Bron: NRC, 4 oktober 2019 (Anna Herter)

Bij curling laten mensen stenen over de ijsbaan glijden door het ijs met een bezem driftig schoon te poetsen. De Deense psycholoog Bent Hougaard zag de overeenkomst met de heersende manier van opvoeden: ouders vegen als curlers alle problemen van hun kinderen uit de weg. Als een kind in de klas niet naast zijn beste vriendje of vriendinnetje zit, regelt de ouder dat wel even met een pittig gesprek met de leerkracht. Ouders stappen naar de rechter als een kind niet mee mag doen aan een schoolgala of eindmusical nadat het zich misdragen heeft. Ze zitten bovenop de sinterklaasloting om een mooie surprise te garanderen. Recentelijk eiste een vader in de rechtszaal een IQ-test voor zijn dochter nadat zij een vmbo-advies had gekregen.

Geen teleurstellingen, geen tegenslagen, geen verdriet of pijn. Maar wel: moeten presteren. De baan is gladgestreken dus is er geen excuus meer om te mislukken. Op de basisschool moet je op het hoogste niveau lezen, daarna doe je vwo en in je vrije tijd speel je bij de selectie van het hockeyteam. En je bent blij, gelukkig, vrolijk. Want er is geen reden om dat niet te zijn.

De realiteit is anders. Onderzoeksbureau GfK liet vorig jaar zien dat 26 procent van de jongeren te maken heeft gehad met burn-outklachten. NRC schreef dat een kwart van de studenten daar last van heeft, op basis van een onderzoek van Hogeschool Windesheim onder 3.134 studenten van de hogeschool. De Volkskrant wees op de alarmerende wachtlijsten bij de GGZ voor onder anderen labiele twintigers, die vaak gelinkt wordt aan prestatiedruk.

Hoe komt het dat de beoogde excellentie uitblijft en in plaats daarvan problemen ontstaan? Eén van de verklaringen is dat het curlingouderschap watjes kweekt. De mentale instabiliteit van millennials houdt verband met een gebrek aan zelfredzaamheid, meent Jan Derksen, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit van Brussel. Hij spreekt over de jongeren als tropische visjes in de Noordzee.

„Overbeschermende ouders creëren een tropische watertemperatuur voor hun kroost. Als de kinderen in de echte samenleving terechtkomen, is het water ijskoud. Daar zijn ze niet op voorbereid en dan worden ze inderdaad ziek.”

Naast zelfredzaamheid creëert het curlingouderschap een gebrek aan weerbaarheid, zelfvertrouwen, veerkracht en emotionele intelligentie, meent Derksen. „Dat maakt dat ze op hun 23e al over een burn-out praten, nadat ze hun eerste functioneringsgesprek hebben gehad met wat negatieve feedback.”

Andere experts stellen dat er niet zozeer iets schort aan de millennial, maar aan de lat die hun wordt opgelegd. Zo ziet pedagoge Liesbeth Groenhuijsen kinderen bezwijken onder de druk van verwachtingen en eigen verantwoordelijkheid. In een wereld waarin geluk en succes als maakbaar wordt gezien, willen ouders koste wat het kost dat hun kind dit ook is, zegt ze. Als een kind hier niet aan voldoet heeft het dubbel pech: het schiet én tekort én is een sufferd omdat het zijn of haar eigen schuld is. Er is weinig ruimte voor een misstap. „Af en toe ongelukkig zijn, of het aanmoedigen van teleurstelling, gaat in tegen de tijdsgeest. In deze tendens van succesvol zijn worden behoorlijk wat kinderen vermalen. Het leven barst namelijk van tegenslag, dus ieder kind faalt.”

Streven naar perfectie kijken kinderen af van de volwassenen tegen wie zij opkijken. Ook ouders hebben een rol te vervullen om naadloos te passen in het plaatje, op het schoolplein, bij familie of op sociale media, zegt Groenhuijsen. „Van kinderfeestjes tot kerstontbijt, de standaard is dat het tot in de puntjes geregeld is.” In deze optiek zijn ouders niet alleen de aanstichters maar ook de slachtoffers van die prestatiedruk. Pedagoog Stijn Sieckelinck beaamt dat. „Excellentie is aan inflatie onderhevig, wordt steeds normaler. Het is lastig om je hier als ouder niets van aan te trekken.”

Door obstakels weg te vegen en ook zelf de schijn op te houden, verdoezelen ouders de manco’s van het echte leven, dat niet altijd vlekkeloos verloopt. Je kunt niet overal de beste in zijn. En je hebt niet alles in de hand.

Sieckelinck beaamt het idee dat obstakels naast onontkoombaar, iets zijn om te omarmen. Hij stelt dat ze een voorwaarde zijn om te leren, om te groeien. „Een mens heeft weerstand nodig in de omgeving. Het is eigen aan elk leerproces om iets dat je nog niet weet of kan te lijf te gaan.” Groenhuijsen sluit zich hierbij aan: „je wordt een vollediger mens als je je eigen schaduwkanten bent tegengekomen. Als je je daar doorheen weet te ploegen, maakt dat je groter, sterker, beter. Het geeft bovendien betekenis en zin aan het leven.”

Maar hoe laat je je kind dan op zijn of haar bek gaan? Volgens Groenhuijsen is dat simpel. Teleurstelling hoef je niet te creëren, want het zit overal. Het begint al op de crèche waar peuters elkaars speelgoed afpakken. „We hoeven onze kinderen niet van een klimrek te duwen, wel moeten we ze de kans geven om zelf ergens tegenslag tegen te komen.” Volgens Sieckelinck betekent dit ook iets minder computerspelletjes en meer buiten spelen. „Hoewel Fortnite ook vol teleurstellingen zit, bereidt het je niet voor op functioneren buiten het kamertje met die computer.”

Sieckelinck raadt aan om niet zozeer minder tijd in kinderen te steken, maar wel om de focus te verschuiven. „In plaats van voorkomen dat er heftige dingen gebeuren, moet een kind een goed netwerk van volwassenen hebben om ze bij die dingen te steunen. Laat ze die enge stap zetten, maar wees er voor ze als dit anders dan verwacht uitpakt.” De wetenschap dat zij er niet alleen in staan, geeft kinderen het zelfvertrouwen dat zij nodig hebben om de obstakels van het leven aan te gaan.

Misschien moeten wij onze kinderen zo af en toe van een paard laten vallen en zelfs een toetje afpakken. Niet alleen om ze goed hard en weerbaar te maken, maar om ze een volledig leven te schenken. Een leven waarin het nu eenmaal niet altijd meezit. En ze te leren snappen dat dit dan aan het leven ligt, in plaats van aan henzelf.