19 maart 2019

Opvoedadviezen: onzin of niet?

Bron: De Volkskrant.

Wel of geen borstvoeding, je kind voortdurend bij je dragen of toch vooral laten huilen? Ouders worden soms gek van alle opvoedadviezen die ze online lezen of van goed bedoelende vrienden en familie te horen krijgen.

Ooit was de Leidse hoogleraar historische pedagogiek René van der Veer zelf zo’n vader die ‘nogal onrustig’ werd van al die goedbedoelde opvoedadviezen. Daarom schreef hij een aantal jaar geleden een boek over de zin en vooral onzin van opvoedadvies. „Ik vind het belangrijk om duidelijk te maken dat opvoedadvies bol staat van de ongefundeerde meningen en overtuigingen onder de noemer ‘bewezen in onderzoek’. Een eerlijker antwoord is dat er maar ontzettend weinig bewezen is”, aldus Van der Veer.
Hij geeft een aantal voorbeelden:

Het advies van het RIVM een aantal jaar terug was dat je je baby wel een half uurtje kon laten huilen. Daarop volgde een storm van kritiek. Zo lang huilen zou slecht zijn voor de hechting, waarop het advies weer werd ingetrokken. „Voor beide kanten valt iets te zeggen, maar eerlijk gezegd weten wij wetenschappers het gewoon niet. Maak het uzelf dus niet te lastig en vertrouw uw eigen onderbuik.”

Over de bekende hechtingstheorie van de Britse psychiater Bowlby heeft Van der Veer dan ook een duidelijke mening: „Kinderen kunnen in grote lijnen veilig of onveilig gehecht zijn. Dat is geen totale onzin, maar de eis tot nabijheid en beschikbaarheid waar Bowlby van uitgaat en de schade die gebrek daaraan zou berokkenen, gaat me veel te ver.”

„Er zijn landen en culturen waarin kinderen niet door hun ouders maar door de gemeenschap worden grootgebracht, of door een oudere zus of een tante in een dorp verderop. Volgens Bowlby komen zij hier beschadigd uit, maar dat is niet wat je in de praktijk ziet. Ik geloof vooral dat je van je kinderen moet houden. Als je je baby even laat huilen, is-ie niet voor de rest van zijn leven beschadigd. Het is allerminst bedoeld als vrijbrief voor verwaarlozing, maar kinderen zijn ontzettend flexibel.”

Verder vindt hij de vaak genoemde voordelen van borstvoeding ten opzichte van flesvoeding overdreven. „Het idee dat er meer oxytocine vrijkomt bij moeders die borstvoeding geven en dat ze daarom meer van het kind gaan houden, is in elk geval barre onzin. Die hormonen worden net zo goed aangemaakt zonder borstvoeding.”

„Het advies van de WHO is gebaseerd op gezondheidsoverwegingen in delen van de wereld waar hygiëne en voedselvoorziening een probleem zijn. Dat geldt bij ons niet. Het onderzoek dat wij hebben, laat minieme verschillen zien op het gebied van de vroege weerstand – je voorkomt misschien één verkoudheid met borstvoeding. Flesvoeding is van hoge kwaliteit, ik vind dat moeders moeten kijken wat zij persoonlijk haalbaar vinden.”

Over het laten huilen of niet, zegt de hoogleraar het volgende: „We vermoeden dat veel huilende baby’s stress voelen. Maar er is vooral nog veel níét bekend. Hoe erg is stress voor een baby? En als het schadelijk is, is dat dan al na een minuut huilen, na een half uur of na een uur? En is dat slechter dan een wanhopige moeder die chagrijnig doet tegen haar kind? Is het ook niet goed om een kind te leren zelf in slaap te vallen? We weten het domweg niet.”