12 februari 2019

Kinderen en zakgeld

Bron: Nu.nl, 8 januari 2019.

Zeven van de tien ouders geven hun kind zakgeld, aldus het Nibud. Hoeveel kun je het beste geven en waar moet je verder eigenlijk op letten als je zakgeld geeft?

Vijf do’s en don’ts:
– Geef kinderen tot tien jaar het liefst contant geld
– Gebruik zakgeld niet als middel om te straffen of belonen
– Schiet geen geld voor
– Stuur kinderen een beetje, maar laat ze ook fouten maken
– Maak duidelijke afspraken, bijvoorbeeld over grotere aankopen en sparen.

Het doorsneebedrag aan zakgeld is voor jongere kinderen 1 euro per week. Vanaf tien jaar gaat dat naar 2 euro per week. Jongens en meisjes krijgen ongeveer evenveel.

Het zakgeld contant geven, is het populairst: 71 procent van de ouders kiest daarvoor. Dat is ook het verstandigst, zegt financieel opvoeddeskundige Marion Weijers van het Nibud. “Geef ze tot ze een jaar of tien zijn het liefst contant geld. Tot die leeftijd kunnen ze nog niet zo abstract denken en contant geld is tastbaar.”

Om diezelfde reden adviseert Weijers om zakgeld voor jongere kinderen wekelijks te geven. “Een langere periode kunnen ze nog niet overzien. Vanaf een jaar of twaalf zou je ervoor kunnen kiezen maandelijks een bedrag te geven.”

Drie van de tien ouders geven hun kinderen (nog) geen zakgeld. Zij vinden bijvoorbeeld dat hun kind nog geen eigen geld nodig heeft, dat hun kind nog niet zo met geld bezig is of de waarde van geld onvoldoende doorheeft.

Maar volgens Weijers hoort zakgeld toch echt bij de opvoeding, voor kinderen vanaf een jaar of zes. „Zakgeld is het eerste waarmee je als ouder je kind kunt leren omgaan met geld. Ze krijgen een vast bedrag voor een vaste periode en daarmee moeten ze zien uit te komen, net als met een salaris.”

Zakgeld moet je nooit gebruiken als middel om te belonen of straffen, vindt Weijers. Zakgeld zou een vaste waarde moeten zijn. Een extraatje als beloning voor een goed rapport of voor een uitgevoerd klusje kan natuurlijk wel.