22 maart 2018

Empathie is deels genetisch bepaald

Bron: scientias.nl

Uit onderzoek van de universiteit van Cambridge blijkt dat empathie deels in de genen zit en niet alleen het resultaat is van opvoeding en ervaringen. De onderzoekers maakten voor hun studie gebruik van data afkomstig van 23andMe: een bedrijf waar je je DNA kunt laten analyseren. De dataset bevatte informatie van zo’n 46.000 klanten.

Het begrip empathie is op te splitsen in twee onderdelen: cognitieve en affectieve empathie. Cognitieve empathie is daarbij kort gezegd het vermogen om je de gedachten en gevoelens van een ander voor te stellen. Affectieve empathie gaat over hoe goed je in staat bent om met een passende emotie op de gedachten en gevoelens van de ander te reageren.

De onderzoekers trokken drie conclusies: Allereerst ontdekten ze dat empathie deels in de genen zit. Daarnaast bevestigt het onderzoek eerdere studies die aantoonden dat vrouwen gemiddeld empathischer zijn dan mannen. Het onderzoek laat bovendien zien dat dat verschil niet te verklaren is aan de hand van DNA, aangezien de genen die bijdragen aan empathie bij mannen niet anders zijn dan bij vrouwen. Ten derde blijkt uit het onderzoek dat genetische varianten die geassocieerd worden met een verminderde empathie ook geassocieerd kunnen worden met een verhoogde kans op autisme.

Hoewel het onderzoek meer inzicht geeft in het empathisch vermogen van mensen, blijven er ook nog veel vragen, aldus onderzoeker Thomas Bourgeron. “Deze nieuwe studie laat zien dat genen een rol spelen als het gaat om empathie, maar we hebben de specifieke genen die hierbij betrokken zijn nog niet geïdentificeerd.” Vervolgonderzoek moet daar verandering in brengen.