7 december 2015

Column van Arie de Bruin: ‘Grote mensen zijn niks beter’

Bron: Korczak.nl, column van Arie de Bruin, 5 december 2015

Als ik zo rond kijk in deze wereld zie ik mannen met kalashnikovs, piloten in straaljagers die bommen laten vallen, politieagenten volledig ingepakt in kogelwerende vesten, huilende mensen bij een kapotgeschoten huis, een man in een bulldozer die bezig is dat huis plat te walsen, zwaarbewapende militairen in het centrum van Brussel, mannen, vrouwen en kinderen in een lange rij voor een hek met prikkeldraad….bezorgde gezichten van politici, mannen met stropdas die krachtige taal spreken, jongetjes die stenen gooien, soldaten die met scherp terug schieten…

En ik zie kinderen angstig in een rubberboot, dankbaar kijkend als ze een stukje brood krijgen van een vrijwilliger aan de Griekse kust, een kleuter aan de hand van zijn moeder zeulend door Europa, een man met een baby op zijn arm wachtend in een rij bij de sporthal… vrouwen en mannen met opgeheven vuisten roepend dat de grens dicht moet…

Ik zie ook mensen die mooie dingen doen, die muziek maken, elkaar liefhebben, brood uitdelen, spelende kinderen.

Ik zie vele volwassenen die ooit werden opgevoed met het idee dat je als kind het onderscheid tussen goed en kwaad nog niet kent, dat dat aangeleerd moet worden en dat het dan later “als je groot bent” steeds beter zal gaan. Want grote mensen weten dat verschil toch wel?

Maar “grote mensen zijn niks beter”, zegt Janusz Korczak in zijn boek ‘Als ik weer klein ben’. Hij keerde het niet om, want kinderen zijn ook niks beter. “Onder kinderen bevinden zich net zoveel domkoppen als onder volwassenen, en ook net zoveel criminelen”, schrijft hij.

Het kwaad zit op de een of andere manier in mensen, of ze nou groot zijn of klein. Maar, het goed zit daar gelukkig ook en die twee zijn voortdurend met elkaar in gevecht. Ieder mens kent dit gevecht in zichzelf, maar zoekt het kwaad dan meestal bij de ander.

Misschien zit het probleem juist in het feit dat volwassenen nog steeds met het idee rondlopen dat zij dat bij anderen moeten bestrijden in plaats van bij zichzelf; dat doen ze dan bij voorkeur bij kinderen. En als die kinderen groot zijn, denken die dat ze het ook weer bij hun kinderen moeten bestrijden in plaats van bij zichzelf.
Korczak leert ons een betere weg. Hij schrijft het volgende: “Een kinderziel zit net zo in elkaar als onze ziel, vol vergelijkbare tegenstellingen in een tragische worsteling met het eeuwige probleem: ik wil wel, maar ik kan niet, ik weet dat het moet, maar het lukt me niet. Een opvoeder die de opvoeding er bij een kind niet inslaat maar het vrij leert kiezen, die het kind niet aan de hand meesleurt maar het op eigen benen leert staan, die het kind niet in verdrukking brengt maar het vormt, die niet dicteert maar onderricht, die niet eist maar vraagt, zo’n opvoeder maakt samen met het kind vele ontroerende ogenblikken mee, hij zal vaak met tranen in zijn ogen zien hoe engel en duivel elkaar bestrijden, waarbij de witte engel zal triomferen.” (UIT: J. Korczak, “Hoe houd je van een kind” nr. 84)

Meer informatie over Korczakstichting: www.korczak.nl