19 juni 2015

Steeds meer kinderen van vluchtelingen op school

Bron: AD 9 juni 2015 (Ellen van Gaalen)

Vanuit het niets kreeg de Dr. G.A. Wumkes-skoalle in het Friese dorp Joure kinderen van vluchtelingen in de klas. Ze zijn nog maar pas in het land en spreken geen woord Nederlands. Steeds meer scholen zijn op zoek naar manieren om deze buitenlandse kinderen zo goed mogelijk les te geven. ,,We zijn een groentje op dit vlak.”

Driftig schrijft de Syrische Samraa de woorden in een werkboek. Juf Judith kijkt geduldig toe. ,,Keurig,” knikt ze. Om haar heen zitten vier meisjes. Drie van de meiden zijn als vluchteling uit Syrië gekomen, eentje heeft zich na 7 jaar bij haar Mongolische moeder gevoegd. Sinds een paar weken zitten ze op de Dr. G.A. Wumkes­skoalle in Joure. Kinderen, die geen woord Nederlands spreken. Correctie: spraken. Want elke dag zitten ze 1 uur met juf Judith apart om de taal onder de knie te krijgen. ,,Het lukt nog niet om een gesprek met ze te voeren,” vertelt de onderwijsassistent. ,,We proberen nu vooral hun woordenschat te vergroten. Gelukkig pikken ze het verrassend goed op.”

De basisschool heeft geen enkele ervaring met buitenlandse kinderen. Op het schoolplein rennen voornamelijk blonde koppies rond. ,,We zijn zo groen als gras,” vat directeur Jan de Boer samen. In het hele land krijgen scholen vaker te maken met nieuwe leerlingen die de taal niet spreken.

De organisatie Lowan, die onderwijs voor nieuwkomers ondersteunt, krijgt voortdurend telefoontjes van directeuren. Hoe moeten ze lesgeven aan kinderen die geen Nederlands spreken? Hoe krijgen ze de kinderen zo ver dat ze gewoon in de klas kunnen meedraaien? Welke lesmethodes kunnen ze gebruiken? ,,We merken dat steeds meer scholen hiermee worstelen,” constateert Marieke Postma.

Eind januari zaten 5633 buitenlandse kinderen op de basisscholen. Het gaat om leerlingen uit asielzoekerscentra, maar ook nieuwkomers uit bijvoorbeeld Oost-Europese landen. Op de middelbare scholen zaten op 1 oktober 2014 6401 nieuwkomers. Vooral het aantal kinderen van vluchtelingen neemt gestaag toe. Ter illustratie: in 2013 meldden 16.477 asielzoekers zich bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Vorig jaar later waren dat er al 29.790. De verwachting is wel dat het aantal blijft toenemen.

Alle gemeenten zijn verplicht om een bepaald aantal nieuwkomers te huisvesten. Als er kinderen meekomen, moeten die gewoon naar school. In sommige regio’s zijn speciale scholen voor buitenlandse leerlingen. Ze zitten daar ongeveer een jaar om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. Als ze er klaar voor zijn, gaan ze naar een normale  school. Elders zijn die scholen voor nieuwkomers niet binnen handbereik. Daar komen de kinderen gelijk op normale scholen.

Gelukkig gaat het goed met de nieuwkomers in Joure. Ze spelen met hun klasgenoten, lachen, zitten op de klimrekken. Communiceren doen ze met handen en voeten. ,,Ja, ze ogen gelukkig. Volgens ons gaat het goed met ze,” zegt De Boer. Wat de kinderen in hun thuisland hebben meegemaakt? Geen idee. Of ze er naar school gingen? Geen idee.

Intern begeleider Anneke probeert een plan te maken om de kinderen op het juiste niveau te krijgen. Dat is aftasten, want de school weet nog niet wat ze al kunnen. ,,We denken dat ze op school hebben gezeten, want ze kunnen best goed rekenen,” zegt De Boer. Over hun verleden wordt niet gesproken. ,,Om te voorkomen dat ze in de stress schieten.”
Het is een advies van hulpverleners die veel met vluchtelingen werken. ,,De scholen moeten eerst een veilige omgeving bieden,” luidt het advies van Postma. ,,Als ze wat beter Nederlands spreken, meestal zo rond de 30 weken, komen ze vanzelf met hun verhalen. Dan zijn ze er klaar voor om er over te vertellen.”

En dus focust de Wumkesskoalle op die veilige omgeving en het leren van de taal. Alleen de jongste van de nieuwkomers, de vermoedelijk 7-jarige Bashir – ‘we weten de leeftijden niet zeker’ – zit niet in de aparte taalklas. Hij krijgt in groep 2 elke dag een halfuur alleen les van juf Janny. De vier meiden leren uit de boeken van groep 3, daar begint Bashir pas volgend schooljaar aan. Dat hij zich moeilijk in het Nederlands kan uitdrukken, frustreert Bashir. ,,Soms trekt hij zich terug en  glijdt er een traan over zijn wangetje,” zegt juf Janny. Maar sneller dan ze het jongetje nu probeert bij te spijkeren, kan niet, zo leerde het bezoek aan de internationale school. ,,Ik wil zo graag dat hij gelukkig is en mee kan komen. Maar ik moet niet te snel willen. Het was goed te horen dat we het nu goed doen.” En Bashir, die pikt elke dag weer nieuwe dingen op. ,,Opruimen allemaal,” zegt hij droogjes als alleen de juf en de verslaggever nog in het klaslokaal staan. De juf schiet in de lach. ,,Oh, dat zeg ik altijd tegen ze.”