30 maart 2015

Waar stopt het onderwijs en begint de zorg?

Bron: Nieuwsuur 25 maart 2015.

Kinderen die veel zorg nodig hebben op school, komen sinds begin dit jaar steeds vaker in de knel. Door veranderingen in de zorg en het passend onderwijs is in de praktijk onduidelijk wie hun intensieve zorg of begeleiding in de klas moet betalen. De staatssecretarissen Sander Dekker (Onderwijs) en Martin van Rijn (Volksgezondheid) komen in mei met een lijst waarop staat welke zorg via de school wordt vergoed en welk deel de ouders zelf moeten bijdragen. Maar niet iedereen is er gerust op.

“Zowel scholen als ouders staan met de rug tegen de muur wanneer zij met elkaar of met zorgkantoren, zorgverzekeraars of gemeenten moeten onderhandelen over de vergoeding van de zorgkosten op school”, schreven BOSK, de vereniging van mensen met een lichamelijke handicap en hun ouders, en Ieder(in), het netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte, eerder aan het kabinet.

Dekker en Van Rijn hebben ook een centraal loket beloofd waar scholen geld kunnen aanvragen voor zorg aan ernstig meervoudig beperkte kinderen. “Goed dat er weer een centraal loket komt voor het onderwijsgeld. Maar het blijft onduidelijk waar onderwijsondersteuning eindigt, en zorg begint. En daarmee uit welk potje dat betaald moet worden”, zegt een ouder.

De zorg die gehandicapte kinderen op school nodig hebben, komt uit verschillende zorgpotjes. Dat zijn de Zorgverzekeringswet, de Wet Langdurige Zorg en de Jeugdwet. In de praktijk betekent dit ook dat ouders een deel van hun pgb moeten gebruiken om de zorg voor hun kinderen op school te betalen. Het gaat meestal om kinderen met meervoudige beperkingen die intensieve (medische) zorg, verpleging, verzorging of toezicht nodig hebben in de klas. Het gaat zeker om tweeduizend kinderen, maar belangenorganisaties denken dat het er veel meer zijn.

Er zijn in totaal ongeveer honderdvijftig scholen in Nederland die ruim zesduizend leerlingen lesgeven die meervoudig beperkt zijn. Al deze scholen hebben problemen met het financieren van de zorgkosten in de klas. Het budget voor passend onderwijs is ontoereikend voor deze zorg. Sinds augustus wordt dat geld ook niet meer per kind meegegeven, maar via een samenwerkingsverband van scholen verdeeld. In dat samenwerkingsverband zitten zowel reguliere als speciale scholen, die er samen uit moeten komen wie welk geld krijgt en waarom.

Ouders moeten met de school onderhandelen over de inzet van hun eigen zorgbudget op die school. Leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen hebben namelijk meer zorg nodig dan scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs kunnen bieden. Die zorg is duur en valt eigenlijk buiten het onderwijsbudget. Veel scholen schieten nu zelf het geld voor. Maar als er geen oplossing komt, sluiten scholen de leerweg voor ernstig meervoudig gehandicapte kinderen na dit schooljaar.

De staatssecretarissen hebben een Rapid Response Team toegezegd dat in actie komt als ouders en scholen er samen niet uitkomen.