16 maart 2015

Pedagogische sensitiviteit

Bron: Niemandskinderen: de gevolgen en verwerking van een onveilige jeugd, geschreven door Carolien Roodvoets (2006)

Er was bij ons heel veel narigheid in het gezin, te veel om op te noemen, maar er was één rots in de branding: mijn meester van de lagere school. Ik heb hem zes jaar gehad. Ieder morgen kwam ik aandraven en sprong ik in z’n armen; hij pakte me dan op, zwierde me even in het rond en zette me dan weer neer. Ik was het enige kind dat deze ‘behandeling’ kreeg. Hij zei dan: Daaaar is ze weer …. mijn kleine Yasmin!! Hij was voor de andere kinderen ook lief, maar ik had een speciaal plekje in zijn hart. Ik wist dat, ik voelde dat. Dat gaf me de kracht om vol te houden. Iedere morgen was dit het hoogtepunt van mijn dag. Wanneer mijn moeder weer eens heel gemeen was geweest dacht ik: „Maar meester houdt van mij.”